← Terug naar kennis
Vermogen

Waterkoker en inductie: na elkaar, niet tegelijk

Allebei veel watt, allebei kort. De paal telt het moment dat ze samen aanstaan.

Waterkoker en inductie: na elkaar, niet tegelijk

Een waterkoker en een inductieplaat vragen allebei veel watt, en allebei kort. De paal struikelt niet over de tijd. Hij struikelt over de optelsom op het moment dat ze allebei aanstaan. Na elkaar past het vaak. Tegelijk past het op 6 A nooit, en op 10 A meestal ook niet.

Het plafond, nog een keer

Op ongeveer 230 volt is 6 A rond 1.400 watt, 10 A rond 2.300 watt en 16 A rond 3.700 watt. Een waterkoker zit vaak tussen 1.500 en 2.200 watt. Een inductieplaat op vol vermogen zit daar ook, soms hoger. Twee van die getallen naast elkaar zitten boven 10 A. Eén van die getallen zit op 6 A al op of over de grens.

Een plaat met een stand van 1.000 watt kan op 6 A alleen aan. Zet hem dan niet op de hoogste stand “omdat het water sneller kookt”. De hoogste stand is een ander apparaat, elektrisch gezien. De uitwerking per plek staat in 6A, 10A of 16A.

Eerst water, dan de pan

Kook het water. Zet de koker uit. Zet daarna de plaat aan. De minuut ertussen is het hele verschil tussen een warme maaltijd en een donkere tent. Hetzelfde geldt voor een kachel: die gaat uit zolang de koker of de plaat het plafond nodig heeft. Een kachel die blijft staan “op de lage stand” naast een koker van 1.500 watt is op 6 A alsnog te veel. Dat staat uitgewerkt in kachel op 6A.

De koelbox mag blijven als hij tientallen watts trekt en de paal 10 of 16 A is. Op 6 A, met een koker die zelf al tegen de 1.400 aanzit, haal je ook de box heel even los. Drie minuten zonder compressor is geen ontdooide boter. Een gevallen automaat wel, want dan staat alles uit tot iemand hem terugzet.

Niet op het station

Een waterkoker leegt een licht powerstation in minuten, als het station het vermogen al aankan. Veel stations van een weekendklasse stoppen bij 300 tot 600 watt continu. De koker vraagt het driedubbele. Op een plek met een paal hoort koken op de paal. Het station is voor de lampen en de telefoons als de zekering krap is, niet voor de tweede waterkoker.

Zet in de keuzehulp de koker en de plaat op “Paal”, en de koelbox op “Station”. De paal laat zien of ze samen te zwaar zijn. Het station laat zien of de nacht nog past. Zonder paal haal je ze van de lijst, of je ziet meteen hoeveel wattuur er ontbreekt.

Een meter, zodat je het ziet

Het typeplaatje is de aanname. Een verbruiksmeter in het stopcontact is het getal op dit moment. Zie je de 1.200 naderen op een plek van 6 A, dan gaat er één apparaat af vóór de automaat het doet. Neem de uitvoering met een Nederlandse stekker.

Noteer thuis de drie grootste getallen: koker, plaat, kachel. Die drie horen niet in elkaars minuut. De woorden vermogen, watt en typeplaatje staan in het Kennis-ABC.

Keuzehulp

Reken deze dag uit

Zet de apparaten uit deze gids op een rij. Het totaal is wattuur. Het zwaarste apparaat is het getal voor de paal.

Open de keuzehulp

Bij deze gids

Vragen die erbij horen

Ongeveer 1.400 watt. 10 ampère is rond 2.300 watt, 16 ampère rond 3.700 watt. Een waterkoker van 2.000 watt past dus niet op 6 ampère, ook niet “eventjes”.

Alleen als de som onder het plafond van de paal blijft. Waterkoker en inductie na elkaar, niet tegelijk. Zet de koelbox uit tijdens die paar minuten als de plek krap is.

De zekering ziet de piek. De keuzehulp telt het dagtotaal in wattuur. Een compressorbox trekt kort meer dan zijn gemiddelde. Blijft die piek boven het ampère van de paal, dan klapt de zekering alsnog.

Zet de apparaten uit de tekst in de keuzehulp. Wattuur is de tank voor het station. Het zwaarste watt-getal is het getal voor de paal.

De paal is hetzelfde. Wat je erop zet, niet. Een waterkoker van 1.500 watt is op 6 ampère te zwaar, of je nu in een tent staat of in een camper. Het verschil zit in hoe lang iets aanstaat, en of je een eigen accu meeneemt.