Begrippen

De woorden uit de gidsen, uitgelegd zoals je ze op de plek tegenkomt. Eerst het getal op de paal, daarna pas een kabel, accu of paneel.

A B C D E F G H I K L M N O P R S T U V W Z

A

Aarde

De beschermingsleiding in een stekker of kabel. Bij een Schuko-stekker zit die in de metalen strippen aan de zijkant, niet in een derde pen. Bij een blauwe CEE-stekker is het een eigen contact, naast fase en nul.

Een verloop hoort die ader door te verbinden. Een plastic stekkertje zonder aarde hoort niet tussen een natte voortent en een metalen paal. Op een droge keukentafel is een ontbrekend aardcontact soms nog te verdedigen. Buiten, met dauw op de kabel, is het dat niet. Hoe je een verloop herkent dat de aarde wél doorgeeft, staat in welke stekker je nodig hebt.

Welke stekker →

Aardlekschakelaar

Schakelt de stroom uit als er stroom weglekt, bijvoorbeeld via een natte kabel of een persoon, in plaats van netjes via fase en nul terug. Thuis zit hij in de meterkast. Op een campingpaal zit er soms een in de paal, soms alleen een gewone automaat die alleen op te veel ampère reageert.

Een aardlek vervangt geen aarde in je eigen stekker. Zonder beschermingsleiding heeft de schakelaar minder om op te reageren. Vraag niet aan de beheerder om hem “eruit te laten” omdat hij te vaak valt. Een aardlek die valt, wijst op vocht of een defect apparaat. Droog de koppeling, haal apparaten één voor één los, en pas dan verder.

Welke stekker →

Accu

Bewaart energie, in tegenstelling tot een paal die stroom levert zolang de zekering dicht blijft. In een camper is de huishoudaccu het vaste blok dat lampen en de waterpomp voedt. Een powerstation is een losse accu met een eigen omvormer, die je de tent in tilt.

De grootte staat in wattuur, niet in watt. Een accu van 300 wattuur is op als een verbruiker van 50 watt zes uur heeft gedraaid, los van verliezen. Hoe je dat voor een koelbox uitrekent, doe je in de keuzehulp. Een paneel vult de accu bij. Het maakt een te kleine accu niet ineens groot genoeg voor de nacht.

Lichte powerstations →

Aggregaat

Een generator op brandstof. Hij maakt stroom zolang er benzine of diesel is, en hij maakt geluid en uitlaatgas zolang hij draait. Veel campings staan hem alleen toe op aangewezen uren, en ’s nachts niet. “Stil” op de doos betekent zelden stil genoeg voor een voortent op een paar meter van een slaapcabine.

Zet hem nooit in of tegen de tent, en niet onder een luifel. Koolmonoxide blijft de harde grens, ook bij een invertermodel. Voor de meeste plekken mét een paal is een aggregaat de uitzondering en een powerstation de aanvulling. Wanneer welk van de twee past, staat in powerstation of aggregaat.

Powerstation of aggregaat →

Ampère

De stroomsterkte, afgekort A. Samen met de spanning bepaalt hij hoeveel watt je tegelijk mag aanzetten. Op een Europese paal van ongeveer 230 volt is 6 A rond 1.400 watt, 10 A rond 2.300 watt en 16 A rond 3.700 watt.

Dat getal is de zekering van jouw plek, niet de grootte van de contactdoos. Een blauwe CEE is vaak gebouwd voor 16 A terwijl de automaat op 6 of 10 staat. Twee warmte-apparaten tegelijk zitten op 6 A bijna altijd boven de grens. De uitwerking per apparaat staat in 6A, 10A of 16A.

6A, 10A of 16A →

Automaat

De schakelaar die de plek begrenst, vaak op 6, 10 of 16 ampère. Trek je meer, dan klapt hij uit en is alles tegelijk uit: licht, koelbox en lader. Hij waarschuwt niet bij 90 procent. Hij blijft dicht tot de optelsom te hoog is.

Sommige palen mag je zelf weer inschakelen. Andere zitten op slot en moet de beheerder resetten. Vraag dat bij aankomst. Alles eruit, wachten, en één apparaat terugzetten. Blijft hij vallen met alles uit, dan is het de paal of je kabel, niet “een zwakke camping”. Een zwaardere automaat erin zetten is niet jouw werk en haalt de bescherming van de bedrading weg.

6A, 10A of 16A →

B

Bijladen

Energie toevoegen aan een accu die al bestaat. De paal is daar het snelst in, de sigarettenaansteker onderweg is langzaam, en een zonnepaneel hangt af van zon die de plek ook echt krijgt. Bijladen vult een tank. Het vergroot de tank niet.

Een compact powerstation dat ’s middags aan een paneel hangt, heeft ’s avonds meer over voor lampen. Het heeft niet ineens genoeg voor een waterkoker. Reken eerst wat de nacht kost, in de keuzehulp, en kijk daarna pas of de middagzon dat gat dicht. Onder een boom is bijladen een klein extraatje, geen plan.

Zonnepaneel bij tent of camper →

C

Campingkabel

De kabel tussen de paal en een caravan, camper of tent. Aan de paalkant hoort een blauwe CEE-stekker als de paal blauw is. Voor een plek tot 16 A is 3×2,5 mm² de gangbare dikte, zeker als je meer dan een paar meter moet overbruggen. 25 meter is voor veel terreinen een normale lengte.

Een keten van drie korte snoeren en twee verlopen is geen campingkabel. Elke koppeling is een plek waar water en een los contact warmte maken. De opdruk op de mantel moet 3G2,5 of 3×2,5 zeggen. “Camping” op de doos zegt dat niet. De maten staan in verlengkabel en haspel.

Verlengkabel en haspel →

CEE

Een ronde industriestekker met een nok, zodat hij maar op één manier past, en een deksel tegen regen. Blauw is 230 volt, één fase: de kleur die je op Europese campings het meest ziet. Rood is krachtstroom en hoort niet aan een gewone caravan.

De blauwe contactdoos is vaak gemaakt voor 16 A, terwijl de plek op 6 of 10 A gezekerd kan zijn. De kleur vertelt de vorm, niet hoeveel je mag trekken. Een verloop van CEE naar Schuko heb je als je apparaten een huishoudstekker hebben. De andere kant op heb je hem als de paal gewoon Schuko is en jouw invoer blauw. Beide horen de aarde door te verbinden. Meer daarover in welke stekker je nodig hebt.

Welke stekker →

Compressor

De motor in een elektrische koelbox die af en toe aanspringt, in plaats van een thermo-element dat de hele tijd een bescheiden stroom trekt. Op de paal is een compressor zuinig: tientallen watt gemiddeld, niet de 1.000 watt van een waterkoker. Op een accu is hij de grote eter, omdat hij urenlang meedoet.

Vijftig watt, de helft van de tijd, tien uur lang, is al rond 250 wattuur. Dat is een heel compact powerstation, nog zonder telefoons of een lamp. Zet de box uit tijdens de drie minuten dat de waterkoker de zekering nodig heeft. Reken je eigen plaatje in de keuzehulp voor je een station “voor de koelbox” koopt.

Lichte powerstations →

Continuvermogen

Het wattage dat een powerstation of aggregaat langere tijd kan leveren, niet de piek op de voorkant van de doos. Een apparaat dat minuten aanstaat, zoals een waterkoker of een koffiezetter, moet binnen dat continue getal blijven. Een startstoot van een compressor mag even hoger, en ook alleen even.

Een station met 600 watt continu en 300 wattuur in de tank kan een zwaar apparaat kort aan, en is daarna leeg. Lees beide getallen. De klasse rond 300 watt continu hoort bij licht en laden, niet bij koken. Die indeling staat bij de lichte powerstations.

Lichte powerstations →

D

Doorsnede

De dikte van het koper in een ader, in vierkante millimeter. Niet de buitenkant van het snoer: een dikke mantel kan dun koper verbergen. Voor een campingkabel tot 16 A is 3×2,5 mm² de gangbare maat. 3×1,5 mm² is lichter en hoort bij een korte kabel en een lagere belasting, niet bij een kachel over een lang pad.

De zekering van de paal beschermt die dunne kabel niet op tijd. De automaat blijft dicht terwijl de haspel warm wordt. Lees de opdruk, niet de sticker “heavy duty”. Welke lengte daarbij past, staat in verlengkabel en haspel.

Verlengkabel en haspel →

Druipboog

Een boog in de kabel vlak voor de stekker, zodat regen van het snoer af druipt in plaats van de contactdoos in. De stekker hangt aan de paal, aan een haak of op een krat. Het laagste punt van de boog zit onder de koppeling.

Leg die koppeling niet in een plas en niet in gras waar de dauw blijft liggen. Tape om een natte stekker houdt het vocht vast. Hetzelfde geldt voor de stekker tussen een vouwpaneel en een powerstation: het paneel mag in de zon, de koppeling hoort droog. De rest van het kabelwerk staat bij de haspel.

Verlengkabel en haspel →

E

E-bike

De lader van een elektrische fiets trekt meestal 100 tot 200 watt, een paar uur lang. Op een paal van 6 A is dat weinig naast een waterkoker. Op een powerstation is het een flinke hap wattuur: een lege accu kan een licht station in één middag leegeten.

Gebruik de lader die bij de accu hoort, met het voltage dat op de originele lader staat. Een “universele” lader met de verkeerde spanning hoort niet in de tas. Hoe je dat op de paal of op het station plant, staat in e-bike laden op de camping.

E-bike laden →

F

Fase

De spanningvoerende ader. Een campingpaal is één fase: ongeveer 230 volt, met een nulleider en aarde. Dat is de blauwe CEE. Drie fasen is krachtstroom, 400 volt tussen de fasen, met een rode stekker.

De nok op een CEE-stekker zorgt dat fase, nul en aarde niet verwisseld worden als je hem goed in de doos draait. Een stekker die je moet wringen, past niet. Forceer hem niet. Een gewone caravaninvoer is op één fase gemaakt. Rood “omdat er meer stroom uit komt” past daar niet in en hoort er niet in gefrommeld te worden.

Welke stekker →

G

Gelijkspanning

Stroom die één kant op blijft, afgekort DC. Een accu is gelijkspanning, meestal een veelvoud van 12 volt binnenin een station of in de huishoudaccu van een camper. Usb en een 12 volt-aansluiting praten die taal direct.

Een gewoon campingapparaat met een Schuko-stekker wil wisselspanning, 230 volt. Daar zit een omvormer tussen, en die verbruikt zelf ook een deel van de wattuur. Een telefoon laden via usb is daarom zuiniger dan dezelfde lader in het 230 volt-stopcontact van het station. Zet de omvormer uit als er niets op 230 volt hoeft.

Lichte powerstations →

H

Haspel

Een kabel op een rol. Opgerold kan hij zijn warmte niet kwijt: de windingen liggen op elkaar en de kern wordt heter dan de zekering in de gaten heeft. Rol hem helemaal af vóór je insteekt, zeker als er een waterkoker, koffiezetter of kachel aan komt.

Een haspel “alleen voor de lampen” die half dicht blijft, is de haspel waar later alsnog de waterkoker in gaat. Een huishoudhaspel van 1 mm² voor kerstverlichting hoort thuis te blijven. Leg het afgerolde snoer langs de plek, niet over het pad. De dikte die op de mantel hoort te staan, staat in verlengkabel en haspel.

Verlengkabel en haspel →

I

Invoer

De vaste aansluiting op een caravan of camper waar de campingkabel in gaat, meestal een blauwe CEE, laag bij de grond. Daar hoort één kabel tussen paal en invoer, niet een rij verlopen. De kabel mag niet strak op de invoer trekken, anders trekt een nat snoer de stekker scheef.

Binnen, achter die invoer, begint de eigen verdeling van het voertuig. Een stekkerdoos hoort daar droog, niet buiten in het gras als extra schakel. In een tent is er vaak geen invoer: dan is een haspel plus één verloop van CEE naar Schuko genoeg. Welke kant dat verloop op moet, staat in welke stekker je nodig hebt.

Welke stekker →

K

Kachel

Een elektrisch warmte-apparaat. Op het typeplaatje staat vaak 1.000 of 2.000 watt, soms allebei als er twee standen zijn. Op 6 A is ongeveer 1.400 watt het plafond. Een stand van 2.000 watt gaat daar overheen, ook als er verder niets aanstaat.

Zet de kachel alleen aan, niet naast een waterkoker of inductieplaat. Een haspel gaat daarvoor helemaal open. Wat er op een krappe paal past, staat in kachel op 6A.

Kachel op 6A →

Koolmonoxide

Een gas dat je niet ruikt en dat vrijkomt zodra een motor brandstof verbrandt. Een aggregaat in de voortent, onder de luifel of achter een windscherm kan een slaapplek vullen zonder dat iemand het merkt. “Stil” of “inverter” verandert daar niets aan. De uitlaat hoort in de vrije lucht, van de tent af, en alleen waar de camping een motor toestaat.

Een melder in de slaapruimte is het minimum als er ergens op het veld een motor draait, ook die van de buurman. Voor stroom zonder verbranding is een powerstation de andere keuze. Het verschil tussen die twee staat in powerstation of aggregaat.

Powerstation of aggregaat →

Krachtstroom

Drie fasen, 400 volt tussen de fasen, herkenbaar aan een rode CEE-stekker. Je ziet hem in een werkplaats of op een grote camperplaats die dat uitdrukkelijk aanbiedt. Een gewone campingpaal en een caravaninvoer zijn er niet op gemaakt.

De rode stekker past niet in een blauwe doos. Een verloop “om het toch te proberen” hoort niet in de tas. Blauw blijft de campingstekker voor 230 volt. Als een terrein krachtstroom heeft, staat dat op de bevestiging en is de paal erop gebouwd. Staat het er niet, reken op blauw en op een zekering die lager kan zijn dan 16 A.

Welke stekker →

L

Lithium-ijzerfosfaat

Een accusoort, vaak afgekort LFP, die in veel lichte powerstations zit. Hij is zwaarder in de scheikunde-uitleg dan in je keuze. Voor een weekend telt het wattuur-getal op het typeplaatje, het continuvermogen en het gewicht. Niet de naam van de cel.

Bewaar zo’n station zoals de maker vraagt, meestal koel en niet maandenlang leeg of kokend heet in een dichte auto. Laad hem de dag voor vertrek vol. De klasse rond 250 tot 600 wattuur, en wat die eerlijk voedt, staat bij de lichte powerstations.

Lichte powerstations →

M

Mantel

De buitenste laag van een kabel, om de aders heen. Buiten hoort die soepel te blijven als het koud is. Stugge installatiedraad rol je bij tien graden nauwelijks uit en knikt bij de stekker. Rubber blijft soepeler dan dun pvc en ligt stiller op een pad.

De mantel verbergt ook de waarheid: dik plastic zegt niets over 1,5 of 2,5 mm² koper. Lees de opdruk. Een bleke, stijve plek bij de stekker, of koper dat je ziet, is het einde van die kabel. Tape is geen nieuwe mantel. Vervang het snoer voor je er een kachel aan hangt.

Verlengkabel en haspel →

N

Nulleider

De ader waar de stroom van een 230 volt-apparaat naar terugloopt, naast de fase. Samen met de aarde zijn dat de drie aders in een campingkabel: fase, nul en beschermingsleiding. Een snoer waar 2×1,0 of 2×1,5 op staat, heeft die derde ader niet en hoort bij een schemerlamp, niet bij een paal.

In een CEE-stekker liggen de contacten vast, zodat nul en fase niet zwerven als de nok klopt. In een zelf aangesloten stekker is dat jouw verantwoordelijkheid. Wie de volgorde niet zeker weet, koopt een kant-en-klare kabel. De vormen zelf staan in welke stekker je nodig hebt.

Welke stekker →

O

Omvormer

Maakt van de gelijkspanning in een accu 230 volt wisselspanning, zodat een gewoon apparaat in het stopcontact van een powerstation kan. Het continuvermogen van die omvormer is het wattage dat je mag blijven trekken. Een deel van de wattuur verdwijnt als warmte. De ventilator die je hoort, is vaak die omvormer aan het werk.

Zet hem uit als je alleen via usb laadt. Sommige stations blijven anders een stille leegloop houden, ook met een leeg stopcontact. Een omvormer van 300 watt voedt geen waterkoker van 2.000 watt, welke piek er ook op de doos staat. Dat onderscheid staat bij de lichte powerstations.

Lichte powerstations →

P

Paal

De stroomaansluiting op je plek. Noteer voor je iets koopt twee dingen van de bevestiging: de kleur van de contactdoos, en het ampère-getal. Daarna pas een kabel, een accu of een paneel. De paal doet het zware werk, de waterkoker en de kachel, binnen de zekering. De accu doet het stille werk.

Een natuurkampeerterrein heeft vaak helemaal geen paal. Dan is het ampère-getal nul en begint de reis bij een accu of bij een aggregaat dat het reglement toestaat. Aankomen met alleen een haspel is dan geen pech. Hoeveel watt een bestaande paal ongeveer geeft, staat in 6A, 10A of 16A.

6A, 10A of 16A →

Piekvermogen

Een kort extra wattage, bijvoorbeeld als de compressor van een koelbox start. Handig, en vaak het grootste getal op de doos. Het is geen vervanging van het continuvermogen. Een apparaat dat minutenlang zijn volle vermogen vraagt, moet binnen het continue getal blijven.

Een piek van 600 watt op een station dat continu 300 watt levert, start een kleine motor en weigert een waterkoker. Koop niet op het grootste getal. Fabrikanten zetten dat getal het eerst op de foto. Het wattuur-getal, de tank, staat kleiner en bepaalt hoe lang het daarna duurt.

Lichte powerstations →

Powerstation

Een accu met omvormer, usb-poorten en een stopcontact. Stil, tilbaar, en eindig: de capaciteit staat in wattuur, het vermogen in watt. Rond 250 tot 300 wattuur is een weekend voor lampen, telefoons en een laptop. Rond 500 tot 600 wattuur komt er ruimte bij voor een compressor-koelbox die niet de hele dag aanstaat.

Het is geen tweede netaansluiting en geen kachel. Watt is de kraan, wattuur is de tank. Een zware kraan op een kleine tank kookt een paar minuten en is dan leeg. Het verschil met een aggregaat, en wanneer je geen motor wilt, staat in powerstation of aggregaat.

Powerstation of aggregaat →

R

Reglement

De huisregels van het terrein, en voor stroom zijn die harder dan een productpagina. Een aggregaat dat de webshop “kampeerbaar” noemt, kan op het veld verboden zijn, of alleen toegestaan tussen bepaalde uren. Een verbod is geen advies. ’s Avonds, als jij de stroom mist, mag de motor meestal juist niet aan.

Ook het ampère-getal en of stroom bij de plaats zit, horen in de bevestiging te staan, niet in een forumregel van vorig seizoen. Een terrein kan van 10 A naar 6 A gaan omdat de installatie vol zit. Lees de mail voor je de kabel en de jerrycan inpakt.

Powerstation of aggregaat →

S

Schuko

De huishoudstekker met twee ronde pennen en aardcontacten aan de zijkant. Daar zit je waterkoker, je koelbox en een gewone haspel op. De aarde zit in de strippen, niet in een derde pen. Een stekker zonder die strippen is ongeaard.

Op de paal zie je vaker een blauwe CEE-contactdoos. Dan heb je een verloop of een campingkabel nodig, geen “wereldstekker” uit een hotelkit. In de tent is Schuko vaak genoeg, met één verloop naar de paal. In een caravan met vaste invoer hoort de campingkabel rechtstreeks, zonder Schuko ertussen. De vormen staan in welke stekker je nodig hebt.

Welke stekker →

Stekkerdoos

Een blok met meerdere stopcontacten. Vijf gaten maken de paal niet ruimer: op 6 A blijft het plafond ongeveer 1.400 watt, hoeveel stekkers je er ook in doet. Buiten hoort de doos spatwaterdicht te zijn, met randaarde, en niet in het gras te liggen.

Eén doos na de haspel is genoeg. Een ketting van drie dozen is drie koppelingen in de dauw. Waar je hem zet, staat in een stekkerdoos voor buiten.

Stekkerdoos voor buiten →

T

Typeplaatje

Het label op het apparaat zelf, met volt, watt of ampère. Dat getal telt, niet de zin “energiezuinig” op de doos. Een waterkoker noemt daar vaak 1.500 tot 2.200 watt. Een koelbox noemt soms een gemiddelde en verstopt de startpiek. Lees beide als ze er staan.

Neem die watts mee de keuzehulp in, met het aantal uren dat het apparaat echt aanstaat. Drie getallen op een briefje in de bestekla, waterkoker, kachel en inductie, voorkomen de meeste gevallen zekeringen. Het plafond waar ze onder moeten blijven, hangt aan het ampère-getal van de plek.

6A, 10A of 16A →

U

USB

De zuinige manier om een telefoon of, bij usb-c met genoeg watt, een laptop te laden vanuit een powerstation. De stroom blijft dichter bij de accu en slaat de omvormer over. Dezelfde telefoonlader in het 230 volt-stopcontact kost meer van de tank, omdat de omvormer mee moet doen.

Een usb-poort voedt geen koelbox met een Schuko-stekker en geen lamp die alleen een gewone stekker heeft. Kijk op het station welke watt de usb-c-poort levert voor je een laptop “dan wel via de kabel” plant. Zet de wisselstroom uit zolang usb genoeg is. Dat staat ook bij de lichte powerstations.

Lichte powerstations →

V

Verloop

Een kort stuk tussen twee stekkervormen, meestal CEE en Schuko. Het verandert de vorm, niet het ampère-getal. Vijf stopcontacten achter een verloop op 6 A zijn samen nog steeds 6 A. Koop een verloop dat de aarde doorverbindt en dat zwaar genoeg aanvoelt voor buiten, met een trekontlasting.

De richting telt. Van CEE naar Schuko als de paal blauw is en je apparaat een huishoudstekker heeft. Van Schuko naar CEE als de paal gewoon is en jouw invoer blauw. Twee verlopen achter elkaar betekenen dat de kabel de verkeerde stekker heeft. Neem het verloop mee dat je níet denkt nodig te hebben. Het weegt weinig. Welke kant wanneer, staat in welke stekker je nodig hebt.

Welke stekker →

Vermogen

Wat een apparaat trekt terwijl het aanstaat, in watt. Het zegt niets over hoe lang een accu dat volhoudt. Een waterkoker van 2.000 watt is veel vermogen en weinig tijd. Een koelbox van 50 watt is weinig vermogen en de hele nacht. De paal struikelt over het eerste. De accu leegt door het tweede.

Op 230 volt is het vermogen dat de zekering toelaat ongeveer 230 keer het ampère-getal. Daarom gooit een waterkoker een plek van 6 A er vaak uit, zeker naast een tweede warm apparaat. Zet warmte na elkaar aan, niet door elkaar. De tabel per plek staat in 6A, 10A of 16A.

6A, 10A of 16A →

Volt

De spanning. Op een Europese campingpaal is dat ongeveer 230 volt wisselspanning, één fase. Vermenigvuldig volt met ampère en je hebt ongeveer het wattage dat de zekering toelaat. 230 keer 10 is 2.300 watt. Dat is het plafond, niet een advies om er de hele avond op te gaan zitten.

Twaalf volt is de wereld van de huishoudaccu en de sigarettenaansteker. Die twee door elkaar halen, een 12 volt-koelbox in een 230 volt-verhaal of omgekeerd, levert de verkeerde kabel op. Op een vol terrein kan de spanning wat zakken als iedereen op de limiet zit. Apparaten worden dan warmer en doen langer over hetzelfde werk.

6A, 10A of 16A →

W

Watt

De eenheid van vermogen: wat er nú aanstaat. Op 230 volt is het beschikbare wattage ongeveer 230 keer het ampère-getal van de paal. Watt zegt niet hoe lang een accu dat volhoudt. Daarvoor is wattuur, vermogen maal tijd.

Lees watt op het typeplaatje. Een piek op een powerstation is een ander getal dan het continue wattage, en allebei zijn iets anders dan de wattuur-tank. Houd de drie grootste apparaten uit elkaars buurt op een krappe paal. De vertaling van 6, 10 en 16 ampère naar watt staat in de gids over ampère.

6A, 10A of 16A →

Wattpiek

Het vermogen van een zonnepaneel in ideale testzon, recht erop, koel, zonder wolk. Een paneel van 100 wattpiek levert die 100 watt niet als er een tak over één rij cellen valt, en niet om vijf uur in september met het paneel plat op het gras. Een streep schaduw kan de opbrengst van het hele paneel kelderen.

Op een heldere zomerdag kun je met zo’n paneel enkele honderden wattuur in een accu krijgen. Onder de heg van een camping vaak veel minder. Wattpiek is dus geen opbrengst per uur op jouw plek. Wanneer een paneel de paal niet vervangt, staat in zonnepaneel bij tent of camper.

Zonnepaneel bij tent of camper →

Wattuur

Energie: vermogen maal tijd. Een lamp van 10 watt die vijf uur brandt, vraagt 50 wattuur. Een koelbox van 50 watt die tien uur loopt, vraagt 500 wattuur. Een station van 300 wattuur is daar te klein voor, ook als de omvormer “600 watt” op de zijkant heeft staan.

Watt is de kraan, wattuur is de tank. Tel alleen wat echt aanstaat, en tel een compressor niet alsof hij de hele tijd op zijn piek draait en ook niet alsof hij niets doet. De keuzehulp zet watt, uren en het aandeel van de tijd onder elkaar. Daarna pas kies je een klasse, zoals in de lichte powerstations.

Lichte powerstations →

Wisselspanning

Stroom die van richting wisselt, afgekort AC. Het stopcontact thuis en de campingpaal zijn wisselspanning, ongeveer 230 volt, 50 hertz. Een powerstation maakt die spanning met een omvormer uit de accu, zolang je het 230 volt-stopcontact aanzet.

Apparaten met een gewone stekker hebben hem nodig. Usb en 12 volt niet. Laat de omvormer niet de nacht aan staan voor één telefoon. Dat is de dure route door de tank. Het verschil tussen wat de kraan aankan en wat de tank bevat, is het onderwerp van de lichte powerstations.

Lichte powerstations →

Z

Zekering

Begrenst de plek, vaak op 6, 10 of 16 A, als smeltzekering of als automaat. Trek je meer, dan valt de stroom uit. De contactdoos kan op 16 A gebouwd zijn terwijl de zekering lager staat. Het getal op de bevestiging telt, niet het getal op de stekker.

Een zekering die steeds valt is meestal een optelsom van apparaten, geen defecte paal. Alles uit, resetten, één apparaat terug. Een zwaardere zekering in de paal hangen beschermt de bedrading niet meer. Hoe de drie standaardgetallen in watt uitpakken, staat in 6A, 10A of 16A.

6A, 10A of 16A →

Zonnepaneel

Maakt van licht watt, op het moment dat het licht er is. Het bewaart niets. Zonder accu is de opbrengst weg als de lampen aangaan. Een vouwpaneel bij een tent laadt een powerstation bij. Een vast paneel op een camper laadt de huishoudaccu, en alleen als het dak de zon ziet.

Onder bomen en in de Hollandse herfst vervangt het de paal niet. Koken en een waterkoker blijven paalwerk, binnen het ampère-getal. Leg het paneel in de zon en het station in de schaduw, en haal een los paneel binnen als je weggaat of als het gaat waaien. De eerlijke opbrengst staat in zonnepaneel bij tent of camper.

Zonnepaneel bij tent of camper →